Innovatie door participatie

Geachte minister-president,
Geachte Mevrouw de burgemeester,
Geachte excellenties,
Geachte voorzitter,
Dames en heren,

Hartelijk dank voor uw uitnodiging. Het is een eer om op deze bijzondere avond, aan de vooravond van de Vlaamse feestdag, enkele gedachten met u te mogen delen onder de titel Innovatie door participatie.

Vandaag herdenken we een moment uit onze geschiedenis waarop moed, ondernemingszin en vastberadenheid het verschil maakten.

Het nodigt ons ook uit om vooruit te kijken. Naar de samenleving die we willen bouwen. Naar de keuzes die we vandaag maken.
Hoe Vlaanderen ook morgen een plaats van innovatie, ondernemerschap en democratische kracht kan blijven.

En ik wil het zeker met u ook hebben over een bijzondere tattoo, maar dat komt later.

Maar laat ik beginnen met de motor die al deze zaken met elkaar verbindt.

Vertrouwen.

Zonder vertrouwen is innovatie onmogelijk.
Zonder vertrouwen stokt samenwerking.
Zonder vertrouwen verliezen mensen het geloof dat hun inspanningen ertoe doen.

Maar vertrouwen ontstaat niet vanzelf.

En laat nu net vertrouwen zijn wat met rasse schreden achteruitgaat in een maatschappij waar technologische ontwikkelingen
zowel de vooruitgang stuwen
als het wantrouwen aanwakkeren en polarisatie en angst voeden.

We leven in maatschappij waar de snelheid van verandering ongeëvenaard is.
En waar tegelijk het vertrouwen in instellingen daalt volgens de laatste OESO cijfers.

De instrumenten die we ter beschikking hebben om daar een antwoord op te bieden en innovatief te blijven zijn echter verrassend eenvoudig.

Ik refereer graag aan een speech, vorige maand van Patrick Vandenameele de nieuwe CEO van IMEC, een vlaggenschip voor wetenschap in Vlaanderen:

Hij zei: “Het vertrouwen in de wetenschap, een fundament voor innovatie, is ook onderhevig aan wantrouwen. Daarom moeten we van disseminatie naar participatie in wetenschapscommunicatie om het vertrouwen terug te winnen. Daarom zetten we erg in op IMEC Citizens Sciense waarbij we burgers betrekken.’’ Einde citaat.

Denk aan Curieuzeneuzen waarbij burgers een sensor in hun tuin plaatsten die de temperatuur en het vochtgehalte meet. Zo helpen ze om de hittestress en droogte van de Vlaamse bodem in kaart te brengen.”
Maar tegelijk groeit het vertrouwen in de wetenschap.

Vertrouwen krijg je door betrokkenheid, de voedingsbodem voor Innovatie

Ik heb het voorrecht om al meer dan vijftien jaar bedrijven, overheden, universiteiten en maatschappelijke organisaties te begeleiden wanneer zij voor moeilijke beslissingen staan in hun innovatie.

En telkens opnieuw stel ik vast dat de beste ideeën zelden ontstaan wanneer gelijkgezinden alleen met elkaar overleggen.
Ze ontstaan wanneer mensen met verschillende ervaringen, verschillende belangen en verschillende overtuigingen bereid zijn om naar elkaar te luisteren.

Innovatie is geen solo-oefening. Innovatie is een ontmoeting. Dat geldt voor bedrijven. Dat geldt voor overheden. Dat geldt  voor regio’s.

Ook in deze mooie regio begreep men dat innovatie krachtiger is door participatie.
Vorig jaar werden we aangezocht om een nieuwe toekomststrategie voor Design Regio Kortrijk te begeleiden.

Design Regio Kortrijk is een bijzondere organisatie die na de teloorgang van de vlasindustrie, de regio een nieuw elan heeft gegeven.
Het werd opgericht door diverse stakeholders: de Stad Kortrijk, Voka West-Vlaanderen, de hogeschool Howest en de intercommunale Leiedaal. Later kwamen daar de Expo en de Universiteit nog bij.

Na twintig jaar succes was de vraag niet hoe men het verleden kon behouden. De vraag was veel moeilijker. Hoe blijven we relevant in een wereld die sneller verandert dan ooit tevoren?
We hebben ervoor gekozen om eerst naar buiten te kijken, naar ondernemers, naar onderzoekers, naar maatschappelijke evoluties. Naar wat zich afspeelt ver buiten Kortrijk.
Want wie alleen naar zichzelf kijkt, ziet vooral het verleden.
Wie naar de buiten kijkt, ontdekt de toekomst.

Dat proces verliep niet zonder aarzeling. Dat is eigen aan participatie. Wie anderen uitnodigt om mee te denken, weet vooraf niet exact waar hij zal uitkomen. Dat vraagt moed. Het vraagt vertrouwen, het vraagt leiderschap.
Maar net daarin schuilt de kracht. Niet omdat iedereen uiteindelijk hetzelfde denkt. Wel omdat mensen samen eigenaar worden van de richting die ze samen bepalen.

In meerdere sessies met alle stakeholders, mevrouw de burgemeester was er één van, was de strategie
ge-co-creëerd.
De vernieuwde elan verstevigt de regio in haar aantrekkingskracht voor bedrijven, designers en studenten en intussen zijn er zelfs nieuwe partners bijgekomen.

Ook op Vlaams niveau werkte de methode van participatie:
We voerden de opdracht uit om de nieuwe internationaliseringsstrategie voor Vlaanderen te formuleren.

In opdracht van Flanders Investment en Trade brachten we tijdens de legislatuur van minister-president Bourgeois 150 economische partners, bedrijven en kennisinstellingen bij elkaar. Niet om te luisteren naar speeches maar om over een tijdsspanne van enkele maanden onder begeleiding van neutrale facilitators aan kleinere tafesl, met elkaar in debat te gaan om deinternationaliseringsstrategie uit te werken.

Stevige debatten waar het telkens de kunst is om het eigenbelang van zowel overheid als bedrijven als kennisinstellingen te laten overstijgen om te komen tot het algemeen belang voor Vlaanderen.

Samen vonden ze een antwoord op de vragen: wat hebben de bedrijven het meest nodig? Hoe kan de Vlaamse economie nog meer en duurzamer internationaal groeien? Hoe willen we Vlaanderen internationaal in de markt plaatsen?
Voor elk van deze vragen werden gezamenlijke antwoorden geformuleerd wat resulteerde in Vlaanderen Versnelt.

Door die participatie krijg je niet enkel een degelijke nieuwe strategie en beleidsvoorstellen maar meer nog… je krijgt een enorm draagvlak voor de uitvoering ervan. Op de slotceremonie liep iedereen fier rond met een button waarop stond
‘I am part of the solution’ Daar bestaan mooie foto’s van vanuit het Vlaams Parlement.
De nieuwe strategie vertaalde zich in de jaren nadien in succesvolle cijfers voor Vlaanderen.

Wanneer men aan iets meewerkt, is men doorgaans niet tegen, meer nog: men heeft zelfs goesting om het mee uit te voeren.

Onthoud deze zin, het is een gouden regel die keer op keer bevestigd wordt.
Participatie loont veel meer dan enkel het resultaat
Participatie brengt vertrouwen omdat men zich betrokken voelt en dat geeft dan op zich weer draagvlak voor uitvoering om te komen tot die broodnodige innovatie.

Dat geldt voor wetenschap.
Dat geldt voor bedrijven.

En dat geldt vandaag meer dan ooit voor onze democratie.

Ook daar wankelt het vertrouwen.
Nog nooit beschikten we over zoveel technologie om te communiceren.

En toch voelen veel mensen zich minder gehoord dan ooit.

Volgens de meest recente cijfers van de OESO over het vertrouwen in politiek, een rapport dat die 12 dagen geleden werd gepubliceerd, lezen we dat het vertrouwen in de democratie fragiel is.

Overal in Europa, maar ook ver daarbuiten.

Het vertrouwen in onze federale regering is 40% zo leert het rapport ons, in Zwitserland is dit boven 62%.
En slechts 27 % heeft in ons land vertrouwen in politieke partijen volgens datzelfde rapport.
In Vlaanderen, zo lezen we een andere bron,  De Stemming Barometer, is het vertrouwen in de democratie na een stijging de voorbije jaren, nu ook weer licht dalend.

Dat zou ons allemaal moeten bezighouden.
Want vertrouwen is geen bijkomstigheid.

Vertrouwen is de onzichtbare infrastructuur waarop elke samenleving gebouwd is.
Wanneer het vertrouwen verdwijnt, haken mensen af, ook van de democratie.

Bart De Wever zei direct na de uitslag van de verkiezingen, in de film die Paul Jambers van hem maakte, “Hoe halen we die 36% burgers die niet gingen stemmen terug bij de democratie?”

Dat was een terechte en fundamentele bezorgdheid.

De vraag ging in essentie om één kernpunt: Hoe maken we democratie opnieuw aantrekkelijk?
Hoe zorgen we ervoor dat burgers zich spontaan willen engageren,

deelnemen en de democratische besluitvorming actief mee uitdragen én uitvoeren?

Oeso geeft hiervoor ook handvaten, ik geef er u enkele mee:
Het vergroten van de mogelijkheid voor burgers om invloed uit te oefenen op besluitvorming is volgens de OESO een belangrijke beleidsactie om vertrouwen te versterken.
Verder zegt de studie dat mensen die vinden dat de politieke besluitvorming hen een stem geeft, aanzienlijk meer vertrouwen in de overheid hebben dan mensen die dat niet ervaren.
Daarom pleit de OESO voor institutionalisering van participatie- en betrokkenheidsmechanismen naast verkiezingen, zodat burgers en stakeholders op een betekenisvolle manier kunnen bijdragen aan beleidsbeslissingen.

Participatie van burgers om mee voorstellen te formuleren voor het beleid is daarom geen frivoliteit maar ook geen ondermijning van de representatieve democratie. Het is een aanvulling op die representatieve democratie.
Het is een vorm van maatschappelijke innovatie.

En wie denkt dat burgers enkel denken aan het eigenbelang wanneer men hen de kans geeft om na te denken over complexe uitdagingen, is fout.

Ik heb voorbeelden uit eigen ervaring.
Ik had het voorrecht om de 2 burgerpanels te leiden die werden georganiseerd door de federale regering:
in 2021 met als thema: Hoe burgers beter betrekken bij de democratie in Europa

In 2024, waar men in primeur tijdens het Belgische voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie een burgerpanel organiseerde, met als thema: Een visie van burgers op artificiële intelligentie binnen de EU.
Verder begeleidde ik ook het burgerpanel over partijfinanciering in opdracht van 6 non-profit organisaties

en over de laatste 14 jaar ook één in Zwitserland, voorafgaand aan een referendum, en ook op Europees met 800 burgers en uiteraard ook burgerparticipatie op lokaal niveau: onlangs nog In Koksijde en in Oostende.

Laat me u eerst kort schetsen hoe een burgerpanel in zijn werk gaat,
Uit de bevolking worden naargelang de opdrachtgever, federaal, lokaal, europees,…- burgers aangeschreven per brief met de oproep om deel te nemen. Uit die inzendingen worden dan burgers door het lot getrokken, waarbij de afspiegeling van de bevolking als criterium geldt: Een verdeling naar leeftijd, geslacht, opleiding, spreiding over de betreffende regio, enzovoort.
En neen, het zijn niet enkel hoger opgeleide witte mannelijke burgers die zich aanmelden, niet dat ik iets tegen hen heb, maar uit ervaring weet ik, dat dàt meestal de mensen zijn die antwoorden op een gewone, niet gestratificeerde online bevraging.Hier gaat het om de chirurg, de oud-politiecommissaris, de jonge arbeider van 20 die recht uit zijn nachtshift aan de band op Zaventem kwam, de studente, de zelfstandige, de vrouw die eigenlijk bang was om naar het verre Brussel te komen, de bediende, de manager, de 84 jarige vrouw die telkens 2 u onderweg was, Of op Europees niveau: De Poolse boer, de dame die nog nooit een vliegtuig had genomen,..

Gewoon mensen dus, elk met zeer uiteenlopende meningen.

Hoe diverser de deelnemers, hoe beter het resultaat.

Goed, terug naar de burgers die dan uitgenodigd worden om meestal verschillende dagen of weekends samen te komen voor overleg over het onderwerp.
U hoort het goed: burgers geven vrijwillig hun tijd op hiervoor.

En voor de vergoeding, als die er al is, hoeft men het niet te doen.
Het maximum dat de burger onbelast kan ontvangen hiervoor is 44 euro per dag, de officiële vrijwilligersvergoeding.

Wanneer we peilen naar de motivatie voor de deelname, krijgen we als antwoord zowel de interesse in het onderwerp als ‘Wanneer ik gevraagd word, vind ik het belangrijk om mijn om mijn stem te laten horen en bij te dragen aan de democratie’.

Voor ze in debat gaan, moeten de burgers uiteraard kennis van zaken hebben: deze facts en figures over het onderwerp wordt door neutrale experten aangereikt, soms ook, zoals in Zwitserland door voor en tegenstanders.
Voor het burgerpanel over democratie in Europa was dat bijvoorbeeld een gedegen uitleg over wat democratie is en hoe zit Europa functioneert

Voor het burgerpanel over partijfinanciering kregen ze de uitleg over de ontstaansgeschiedenis van politieke partijen, hoe ze vandaag gefinancierd worden en hoe dit het in het buitenland gebeurt. Het tweede weekend gingen de burgers ook in gesprek met partijvoorzitters.

Voor het panel over Artificiële intelligentie kregen de burgers 20 demonstraties van zowel de overheid, als bedrijven, als defensie en ziekenhuizen hoe zij al nu al Artificiële intelligentie gebruikten in hun werking vandaag.

Nadien gaan de burgers dan aan tafels waar men in kleine, zeer diverse groepen (denk aan oud jong, verschillende opleidingsniveaus,… ) met elkaar in een geleid debat gaan om uiteindelijk beleidsvoorstellen te formuleren.
Iedereen moet aan het woord komen: zowel de luide roeper als de stille mens, iedereen laat zijn of haar stem horen.

Kan u het zich inbeelden: mensen die elkaar van haar noch pluim kennen, uit alle windhoeken, vanuit alle achtergronden en meningen die met elkaar in debat moeten gaan om tot gedegen beleidsvoorstellen te komen.

Tijdens zo een proces ontmoet men vaak voor het eerst ‘die andere’, diegene die niet is zoals ikzelf.
In onze maatschappij waar polarisatie, aangewakkerd door sociale media, hoog tij viert, waar ontmoetingen tussen mensen die anders zijn in welke zin dan ook, nog zelden plaatsvinden, gaat men hier met ‘die andere’ in debat.

En al snel leert men dat de eenvoudige oplossingen die men graag ventileert op sociale media iets complexer zijn, wanneer men het van een andere kant bekijkt.

En al snel leert men dat ‘die andere’ niet zo anders is.
Wanneer ik tijdens de koffiepauze de 72 jarige dame die chirurg was verder zie discuteren met de 17 jarige rasta jongen, dan zie je dat het goed komt.
Buiten de comfortzone vindt men inspiratie. Telkens weer.

Het resultaat is altijd gedegen: Ik geef u dan ook graag enkele aanbevelingen van deze gesprekken:
Uit het burgerpanel hoe burgers beter te betrekken bij de democratie stelde men vast dat desinformatie een ondermijning is van de democratie. De burgers stelden om een kwaliteitslabel  te laten opstellen door overheden voor media die betrouwbare informatie brengen, Dit gepaard gaande van brede campagnes om burgers op het belang van dit label te wijzen.
Mag ik u erop wijzen dat dit debat doorging in 2021, lang voor artificiële intelligentie zijn intrede deed in het grote publiek. Lang voor dit debat in de publieke opinie werd gevoerd. Lang voor de overheid hier aandacht voor had.

Uit het burgerpanel voor partijfinanciering kwam onder andere volgend voorstel:
Wij stellen voor om het vaste gedeelte van de partijdotatie op te trekken en het variabele gedeelte degressief te maken. Niemand had dit zien aankomen, zeker het eerste gedeelte niet.

Toen ze hun rapport gingen voorstellen, kregen de burgers in de parlementaire commissie grondwet van elke partij felicitaties over het degelijke werk dat ze hadden afgeleverd.

Uit het burgerpanel over artificiële Intelligentie: wees men naast de impact van AI op werkgelegenheid (wat we verwacht hadden als uitkomst) ook op de impact van Artificiële Intelligentie op de concurrentiekracht van Europa tegenover de andere wereldmachten. We spreken over begin 2024, ChatGPT was amper gelanceerd, de AI act was nog niet gestemd.
Allemaal gedegen voorstellen.

En dan hoor ik u vragen: Maar wat wordt er gedaan met deze voorstellen, wel dan richt ik mij tot de politieke leiders: Ik ben enkel de methodologische uitvoerder van de burgerpanels,

De primaat van de politiek blijft behouden: Het is aan de beleidsmakers om de resultaten verder op te nemen in het normale proces van parlementaire democratie.
Doorgedreven participatie van burgers aan de democratie is een aanvulling, geen vervanging.

Ik kom ook nog graag terug over de sterke cijfers van Zwitserland die ik aanhaalde, als geen ander land betrekken zij hun burgers op een structurele manier via referenda.
Maar niet voor niets werd ik enkele jaren geleden uitgenodigd in Zwitserland om een burgerpanel te leiden dat voorafgaat aan een referendum. Ook daar heeft men begrepen wat het verschil is.

Om het met de woorden van James Fishkin, Professor politieke wetenschappen aan de Harvard University te zeggen: In een referendum vraagt men aan burgers wat ze denken voor ze hebben nagedacht, in een burgerpanel vragen we wat burgers denken nadat ze hebben nagedacht. Einde citaat

Volgens mij zijn de twee samen zeer krachtige instrumenten.

Tot slot geef ik u nog het verhaal mee van de tattoo want daar zat u op te wachten!
Begin 2025 ontving ik een bericht van een achttienjarige jongen uit Oost-Vlaanderen. Hij had een tattoo laten zetten van het logo van het Belgische voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie. Een tattoo dus… van een logo van een overheidsinitiatief dat maar 6 maanden bestond, de tijd van het voorzitterschap?

In de marketingwereld is dit het ultieme bewijs dat iets een love brand is geworden—denk aan Harley Davidson, Coca-Cola of een voetbalclub als Antwerp.

Hij werd uitgeloot voor het burgerpanel van het Belgische voorzitterschap over Artificiële intelligentie.

Op het moment van deelname was hij een schoolverlater zonder werk, onzeker, iemand die vond dat hij nooit gehoord werd en weinig betrokken bij het algemeen belang.

Maar gedurende het burgerpanel in het Egmontpaleis deed hij kennis op, uitte zijn bezorgdheden, er werd naar hem geluisterd en werd hij aangemoedigd om het woord te nemen tegenover een minister.

Tijdens de slotceremonie stond hij zelfs op het podium met vragen aan Europese vertegenwoordigers.

Vijf maanden later ging er iemand naar huis die gesterkt was, die intussen een job had gevonden, en vooral: die weer vertrouwen had in democratie.

Het WhatsApp-bericht met een foto van zijn nieuwe tattoo ging vergezeld van de woorden

Dank voor het vertrouwen. Dank voor het leren. Dank dat ik dit mocht

meemaken. Ik vergeet het van mijn leven niet meer. Intussen wil hij zich ook verder engageren, hij heeft de smaak te pakken!

De ambitie, beste toehoorders, is niet dat burgers massaal een tattoo laten zetten van een overheid om hun betrokkenheid te tonen.

Maar de ambitie is om een samenleving te hebben waar men elkaar vertrouwt en waar men samenwerkt met ‘de andere’ om aan de top te staan van innovatieve oplossingen voor de enorme economische, maatschappelijke, sociale en technologische uitdagingen waar we voor staan.
Tegenwerken is geen optie meer.

Laten we onthouden dat het woord stem 2 betekenissen heeft:
De burger stemt voor een politicus,
maar de burger heeft ook een stem om de confrontatie met de andere burger aan te gaan om via een gegrond debat gedegen voorstellen aan te dragen.

Op die manier komt er ook innovatie onze de democratie.
In de Duitstalige Gemeenschap van België heeft men in 2019 de omslag al wel gemaakt: daar worden burgers op permanente basis betrokken via burgerpanels bij het beleid.
De aanbevelingen van de burgerpanels gaan steevast naar het parlement dat een retour geeft met argumentatie aan de burgers waarom ze de voorstellen wel of niet hebben gestemd.
Ik stond mee aan de wieg van dit model.
Het is de kleinste regering ter wereld waar men van heinde en ver komt naar kijken.
De New York Times schreef er eind vorig jaar een lang artikel over onder de titel: Democracy is in trouble, This region is turning to its people. En als ondertitel: Participants say it has renewed their faith in democracy.

Beste aanwezigen,
Maak van participatie de motor van innovatie – in de wetenschap, in het bedrijfsleven én in onze democratie, we zullen er wel bij varen.
Laten we met moed, ondernemingszin en vastberadenheid het verschil maakten.

Om met de woorden van Cicero af te sluiten voor deze feestdag:
“Res publica res populi est.” De publieke zaak is de zaak van het volk.

Ik dank u en wens u een fijne zomer waarbij ik u van harte uitnodig om ook met ‘de anderen’ in debat te gaan.